Waarom voelen sommige dromen zo levendig en realistisch aan, terwijl andere verwarrend zijn of moeilijk te onthouden? Nieuw onderzoek van de IMT School for Advanced Studies Lucca suggereert dat het antwoord ligt in een combinatie van persoonlijke eigenschappen en gedeelde levenservaringen, die beide van invloed zijn op wat we zien en voelen terwijl we slapen.
De studie, gepubliceerd in Communications Psychology, onderzocht meer dan 3.700 verslagen waarin 287 deelnemers in de leeftijd van 18 tot 70 jaar zowel dromen als ervaringen in de waaktoestand beschreven. Gedurende een periode van twee weken hielden de deelnemers dagelijks hun ervaringen bij. Tegelijkertijd verzamelden de onderzoekers gedetailleerde gegevens over slaapgewoonten, cognitieve vaardigheden, persoonlijkheidskenmerken en psychologische profielen.
AI onthult verborgen structuur in dromen
Om deze grote dataset te analyseren, maakten de onderzoekers gebruik van geavanceerde tools voor natuurlijke taalverwerking. Deze methoden stelden hen in staat om de betekenis, thema’s en structurele patronen van droombeschrijvingen systematisch te onderzoeken, in plaats van uitsluitend te vertrouwen op subjectieve analyses per geval. Door het gebruik van AI werden terugkerende motieven, emotionele inhoud en taalkundige verbanden in duizenden verslagen zichtbaar gemaakt. De resultaten toonden aan dat dromen noch willekeurig, noch chaotisch zijn. In plaats daarvan weerspiegelen ze een complex samenspel tussen individuele kenmerken – zoals de neiging tot dagdromen, interesse in dromen, emotionele verwerking en slaapkwaliteit – en externe invloeden, waaronder belangrijke maatschappelijke gebeurtenissen zoals de COVID-19-pandemie, waarvan is aangetoond dat deze de inhoud en sfeer van dromen beïnvloedt.

Dit proces suggereert dat dromen de werkelijkheid actief reconstrueren in plaats van deze passief te weerspiegelen. De hersenen vermengen herinneringen met denkbeeldige, toekomstige of verwachte gebeurtenissen, waardoor nieuwe, vaak surrealistische scenario’s ontstaan. Neurowetenschappelijk wordt aangenomen dat netwerken die betrokken zijn bij geheugen, emotie en verbeelding bij dit proces betrokken zijn. Dromen zouden dus een soort ‘mentaal simulatieveld’ kunnen vertegenwoordigen waarin de hersenen verschillende mogelijkheden doornemen, ervaringen herevalueren en creatieve verbanden leggen. Deze bevindingen leveren belangrijk bewijs dat dromen een functionele rol kunnen spelen bij leren, aanpassing en psychologische stabiliteit – en niet louter een willekeurig bijproduct van slaap zijn.
Persoonlijkheid en levensgebeurtenissen beïnvloeden de droomstijl
Niet iedereen droomt op dezelfde manier. Mensen die vaker dagdromen, rapporteerden vaker dromen die gefragmenteerd waren, snel veranderden en vaak abrupte scènewisselingen vertoonden. Dit type dromen weerspiegelt waarschijnlijk een meer associatieve manier van denken, waarbij de hersenen vrij schakelen tussen herinneringen, indrukken en ideeën. Daarentegen ervoeren degenen die meer belang hechten aan dromen en ervan uitgaan dat ze een diepere betekenis hebben, doorgaans rijkere en meeslepender droomomgevingen. Hun dromen waren vaak meer gestructureerd, emotioneel intens en rijk aan details, wat suggereert dat aandacht en persoonlijke houdingen ten opzichte van dromen van invloed kunnen zijn op hoe levendig en coherent ze worden ervaren en onthouden. Over het algemeen wijst dit erop dat individuele persoonlijkheidskenmerken en cognitieve stijlen een belangrijke rol spelen in hoe de hersenen informatie tijdens de slaap ordenen en vertalen naar droombeelden.

AI opent nieuwe wegen voor droomonderzoek
“Onze bevindingen tonen aan dat dromen niet louter een weerspiegeling zijn van ervaringen uit het verleden, maar een dynamisch proces dat wordt gevormd door wie we zijn en wat we doormaken,” legt Valentina Elce uit, onderzoeker aan de IMT School en hoofdauteur van de studie. “Door grootschalige data te combineren met computerondersteunde methoden konden we patronen in droominhoud blootleggen die voorheen moeilijk te detecteren waren.” Dit maakt duidelijk dat dromen niet simpelweg willekeurige beelden zijn, maar gestructureerde mentale processen die individuele persoonlijkheid, huidige levensomstandigheden en emotionele ervaringen met elkaar verbinden. Het gebruik van grote datasets maakt het voor het eerst mogelijk om deze verbanden systematisch en bij veel mensen te analyseren, in plaats van uitsluitend te vertrouwen op individuele droomverslagen.
De studie illustreert ook hoe kunstmatige intelligentie– met name methoden voor natuurlijke taalverwerking – het droomonderzoek fundamenteel kan bevorderen. NLP-modellen waren in staat om de betekenis, emotionele toon en structurele kenmerken van droomverslagen vast te leggen met een nauwkeurigheid die overeenkomt met die van menselijke beoordelaars of, in sommige gevallen, deze zelfs aanvult. Hierdoor kunnen grote hoeveelheden subjectieve ervaringsgegevens consistent worden geëvalueerd zonder dat individuele interpretaties de resultaten vertekenen. Deze aanpak opent nieuwe mogelijkheden om complexe onderwerpen zoals bewustzijn, geheugenverwerking en geestelijke gezondheid op veel grotere schaal te onderzoeken. Op de lange termijn zou dit kunnen helpen bij het identificeren van typische patronen in dromen die verband houden met specifieke mentale toestanden of stoornissen, waardoor de ontwikkeling van nieuwe diagnostische of therapeutische benaderingen mogelijk wordt.
Deze aanpak opent nieuwe mogelijkheden om complexe onderwerpen zoals bewustzijn, geheugenverwerking en geestelijke gezondheid op veel grotere schaal te onderzoeken. Tegelijkertijd laten de resultaten ook een nauwe band met de chronobiologie zien, aangezien dromen nauw verbonden zijn met de slaap-waakcyclus en in het bijzonder met de REM-slaapfasen, die worden geregeld door de interne klok. De temporele organisatie van de slaap speelt dus een sleutelrol bij het bepalen wanneer en met welke intensiteit dergelijke verwerking in de hersenen plaatsvindt.






