Zouden subtiele veranderingen tijdens de slaap kunnen wijzen op een vatbaarheid voor de ziekte van Alzheimer, zelfs jaren voordat er geheugenproblemen merkbaar worden? Onderzoekers van de Universiteit van Luik (ULiège) onderzoeken, met steun van de „Stop Alzheimer’s Foundation“, of de hersenen tijdens de slaap vroege aanwijzingen kunnen bieden.
Wetenschappers van de Universiteit van Luik (GIGA Neurosciences) hebben de slaappatronen van meer dan 500 gezonde mensen onderzocht. Bij deelnemers van middelbare leeftijd bleken frequentere micro-ontwakingen ’s nachts verband te houden met een hoger genetisch risico op het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer. Dit verband werd niet waargenomen bij jongere volwassenen. De resultaten, gepubliceerd in het tijdschrift Sleep, suggereren dat slaapmetingen onderzoekers uiteindelijk zouden kunnen helpen om mensen te identificeren die mogelijk gevoeliger zijn voor de ziekte van Alzheimer, nog voordat er symptomen optreden.
Op zoek naar tekenen van de ziekte van Alzheimer voordat symptomen zich voordoen
Onderzoekers bestuderen al jaren het verband tussen slaapstoornissen en neurodegeneratieve aandoeningen. De studie van de Universiteit van Luik levert een verdere bijdrage aan dit onderzoek door te suggereren dat het verband tussen slaap en het risico op de ziekte van Alzheimer mogelijk al bestaat lang voordat herkenbare symptomen zich voordoen.
Aangezien genetica een bepaalde rol speelt bij de ziekte van Alzheimer (Alzheimer is noch puur erfelijk, noch volledig onafhankelijk van genen), berekenden de onderzoekers een polygeen risico (d.w.z. de gecombineerde invloed van genen op de kans op het ontwikkelen van een specifieke ziekte, samengevat in één getal) voor meer dan 500 gezonde deelnemers.
De meesten waren jongvolwassenen (in de leeftijd van 18 tot 31 jaar), maar de studie omvatte ook een oudere groep (in de leeftijd van 50 tot 69 jaar). Het is belangrijk op te merken dat het in het onderzoek gemeten polygene risico laag bleef en niet kan voorspellen of een specifieke persoon uiteindelijk de ziekte van Alzheimer zal ontwikkelen. Vervolgens vergeleken de onderzoekers deze schattingen van het genetische risico met verschillende slaapkenmerken van de individuele deelnemers.
Een klein hersengebied staat centraal
Uit de analyse bleek een verband tussen het genetische risico op de ziekte van Alzheimer en de frequentie van nachtelijke micro-ontwakingen. Dit zijn zeer korte periodes van verhoogde hersenactiviteit die de normale slaapcyclus kunnen onderbreken zonder dat de persoon volledig wakker wordt.
Bij de jongere deelnemers vonden de onderzoekers geen verband tussen deze micro-ontwakingen en het genetische risico op de ziekte van Alzheimer. Bij de oudere groep kwam een ander patroon naar voren. Deelnemers die vaker micro-ontwakingen ervoeren, bleken ook vaker een hoger genetisch risico te hebben, hoewel ze gezond, relatief jong en vrij van symptomen van de ziekte van Alzheimer waren. „Deze micro-ontwakingen zijn dus niet onbelangrijk”, benadrukte Puneet Talwar, onderzoeker bij het GIGA-ULiège-laboratorium. „Bepaalde patronen zouden de ophoping van eiwitten die bij de ziekte van Alzheimer een rol spelen kunnen bevorderen en in verband kunnen staan met een verhoogde vatbaarheid.” De onderzoekers onderzochten ook de locus coeruleus, een klein gebied diep in de hersenstam dat ongeveer zo groot is als een rijstkorrel. Ondanks zijn kleine omvang vervult het belangrijke functies: het is onder andere betrokken bij het reguleren van waakzaamheid, aandacht en slaap, en beïnvloedt hoe de hersenen reageren op prikkels uit de omgeving.
Dit gebied is van bijzonder belang voor het onderzoek naar de ziekte van Alzheimer. De locus coeruleus is een van de hersengebieden waar al heel vroeg pathologische veranderingen kunnen optreden – lang voordat typische symptomen zoals geheugenproblemen zich voordoen. Hierbij gaat het onder andere om afzettingen van het tau-eiwit, dat een belangrijke rol speelt bij de ziekte van Alzheimer. Dergelijke vroege veranderingen kunnen mogelijk de functie van de locus coeruleus aantasten en daarmee ook processen beïnvloeden die verband houden met slaap en waakzaamheid. „Dit gebied is moeilijk waar te nemen, maar het lijkt een rol te spelen in de vroege mechanismen die verband houden met de ziekte”, legt Gilles Vandewalle uit, mededirecteur van het GIGA-CRC-technologieplatform „In Vivo Imaging” en onderzoeksdirecteur van het Belgisch Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FNRS) aan de ULiège.
Een voorlopige studie van het team uit 2025 had al aangetoond hoe nauw dit kleine hersengebied mogelijk verband houdt met slaap. Met behulp van een 7-Tesla MRI-scanner met hoge resolutie hebben de onderzoekers de locus coeruleus nader onderzocht. Daarbij vonden ze aanwijzingen dat bepaalde kenmerken van de slaapkwaliteit al bij jonge volwassenen verband houden met de toestand van dit hersengebied. Het ging daarbij onder andere om de tijd die nodig is om in slaap te vallen en de slaapdiepte.
Is er sprake van een oorzaak-gevolgrelatie?
Daarnaast stelden de wetenschappers een verband vast tussen de functie van de locus coeruleus en de kwaliteit van de REM-slaap. Tijdens deze slaapfase is de hersenactiviteit bijzonder hoog. Deze fase wordt onder andere in verband gebracht met de verwerking en consolidatie van herinneringen. Veranderingen in de REM-slaap zouden daarom mogelijk invloed kunnen hebben op processen die belangrijk zijn voor het geheugen. Wat vooral intrigerend is, is dat veranderingen in de locus coeruleus blijkbaar al heel vroeg in het leven kunnen beginnen. Er zijn abnormale eiwitafzettingen waargenomen in dit gebied, in sommige gevallen zelfs bij jonge mensen.
Het is echter nog niet duidelijk wat deze vroege afzettingen precies betekenen of dat ze daadwerkelijk een voorbode zijn van een later ziekteproces. Voor de onderzoekers wijst dit op een mogelijke wisselwerking: veranderingen in de locus coeruleus zouden de slaap kunnen beïnvloeden, terwijl een veranderde slaap op zijn beurt weer verband zou kunnen houden met verdere veranderingen in de hersenen. Toekomstige studies zullen moeten uitwijzen of er sprake is van een oorzaak-gevolgrelatie of dat de twee processen louter met elkaar verband houden.
Zou slaap een vroege indicator voor de ziekte van Alzheimer kunnen worden?
De bevindingen roepen een intrigerende vraag op: zou slaap op een dag kunnen helpen bij het identificeren van een verhoogd risico op de ziekte van Alzheimer, nog voordat de eerste geheugenproblemen of andere typische symptomen zich voordoen? Slaap kan relatief eenvoudig en niet-invasief worden onderzocht. Daardoor zou het mogelijk een aanvulling kunnen vormen op andere methoden die worden gebruikt om vroege veranderingen in de hersenen op te sporen. „Slaap zou een gemakkelijk toegankelijke indicator kunnen worden voor de vroege identificatie van kwetsbare personen“, aldus Gilles Vandewalle. Er is echter nog een lange weg te gaan voordat dat werkelijkheid wordt. De huidige bevindingen tonen slechts een statistisch verband aan tussen bepaalde slaapkenmerken en een hoger genetisch risico op de ziekte van Alzheimer. Ze tonen niet aan dat frequente micro-ontwakingen de ziekte van Alzheimer veroorzaken, noch dat slaappatronen op betrouwbare wijze kunnen voorspellen wie de ziekte later in het leven zal ontwikkelen.

De huidige studie biedt daarom nog geen nieuwe test voor de ziekte van Alzheimer. Wel toont ze aan dat veranderingen in de slaap die verband houden met de biologische processen van de ziekte mogelijk al in een vroeg stadium waarneembaar zijn. Mocht dit verband in verdere studies worden bevestigd, dan zou slaapanalyse in de toekomst kunnen helpen om risicopersonen eerder te identificeren en een nauwkeuriger inzicht te verschaffen in hoe de ziekte van Alzheimer zich ontwikkelt, lang voordat de eerste symptomen zich voordoen. Dit betekent dat slaap niet alleen relevant zou kunnen worden voor vroege opsporing. Het onderzoek roept ook de vraag op of het specifiek verbeteren van de slaapkwaliteit zou kunnen helpen om ziektegerelateerde veranderingen te beïnvloeden. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of dit daadwerkelijk leidt tot nieuwe mogelijkheden voor de preventie of behandeling van de ziekte van Alzheimer.







